Zin

‘Ogen dicht.’
De slaapkamer baad opeens in het TL licht. Ik trek het dekbed over mijn hoofd. Godver. ‘Moet dat nou?’ Ik gluur naar de spierwitte naakte man, die naast het bed met een handdoek die ik een uur of wat geleden nog heb gebruikt om mijn dijen schoon te vegen naar onzichtbare vliegen staat te slaan.
‘Die klotevliegen. Kijk dan hoe veel het er zijn.’ Hij kijkt even naar me om. ‘Ik kan niet slapen.’
‘Ja, ik ook niet man. Doe oordoppen in en ga liggen. Ik moet over 5 uur weer op.’
‘Jouw probleem, toch?’
‘En het jouwe. Doe dat klote licht uit.’ Hij slaakt een diepe zucht, maar doet het. Zijn witte gestalte zakt op het bed.
‘Draai je eens om.’
Ik zucht. Ik wil alleen maar slapen, maar weet al dat dat niet gaat lukken, en het irriteert me mateloos. ‘Bram.’
‘Doe het nou.’ Hij geeft me een duwtje.
Ik draai me om, en hij komt tegen me aan liggen. Hij grijpt een borst, en ik voel zijn half harde lul tegen mijn billen. Ik doe alsof ik in slaap val. Ik heb geen zin meer.

De roodharige man tegenover me zat op zijn praatstoel. En ik aan mijn derde glas wijn. Een paar uur geleden had hij verkondigd dat mijn haar niet zo rood was als dat hij hoopte, maar dat mijn hakken ermee door konden. Hetzelfde kon ik niet zeggen van zijn cowboy laarzen, maar los daarvan vond ik zijn getatoeëerde, ik-ben-een-muzikant arrogantie best interessant. Ik vroeg me af of ik een goede groupie zou zijn.

Hij pakte mijn arm en schraapte eroverheen om me te laten voelen hoeveel pijn het deed om een tattoo te zetten. Dat wist ik wel. ‘Weet jij hoeveel pijn het doet om tepelpiercings te laten zetten?’
‘Echt?’
‘Nee man.’
Hij zuchtte opgelucht. De serveerster zetten weer twee volle glazen neer. ‘Dus, wie gaat er na deze met wie meer naar huis?’
‘Net zei je nog dat je nooit seks wil op een eerste date als je haar leuk vindt.’
‘Soms zijn er uitzonderingen.’
‘Je lult uit je nek.’ Ik nam een grote slok wijn. ‘Den Haag toch?’
Hij lachte. ‘Ja. Jij?’
‘Hier om de hoek.’
‘Jouw huis?’
‘Er zit niets anders op.’
‘Goed. Drink eens door. Ik heb zin in je.’
Soms heb ik niet veel aanmoediging nodig, ik heb ook wel eens zin. Hij was lang, had zijn haar in een knotje en was aanmatigend. Dat komt goede seks van.

Ik keek toe terwijl hij het kettingslot om mijn zadel sloeg. De stad was al donker, de stenen nat.
‘Spring je?’
Dat deed ik. Het ritje verliep in stilte. Hij fietste snel, hij had haast. Ik stak een hand uit, liet het windje erlangs gaan, en legde mijn andere hand op zijn rug. De alcohol had het scherpe randje eraf gehaald, maar ik wist precies wat ik wilde. Deze man. Hij keek even achterom, alsof hij wilde controleren of ik er nog steeds zat. Ik glimlachte.
‘We zijn er.’ Hij stopte voor mijn flat. Ik sprong van de bagagedrager en wachtte.

You may also like

2 reacties

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *